donderdag 13 januari 2011

Beter een goede buur...

Buren. Je hebt ze niet voor het uitkiezen. Beter een goede buur dan een verre vriend zeggen ze wel eens. En hoe cliché dit misschien ook mag klinken, ik kan eigenlijk niet anders dat dit volmondig beamen.
Sinds een aantal weken heb ik namelijk nieuwe buren. Daar waar ik eerst bijna 6 jaar in een anoniem studentencomplex woonde waar ik eigenlijk nooit iemand zag of sprak, heb ik nu ineens – zoals een goede woonwijk betaamt – ‘echte’ buren. En wat voor buren!

Nu zijn wij – de bofkonten – als bewoners van een half huisje, gezegend met drie maal de geneugten van het hebben van naaste bewoners. Zo hebben we links de familie ‘Oma oma’, rechts de Tirolerfans Guus en Truus en boven het mysterieuze koppel van de kringloopwinkel. Drukke boel, helemaal aangezien ons stulpje al een aantal decennia meegaat en ze toen nog niet echt van goede geluidsisolatie hadden gehoord. Naast dat we dus kunnen genieten van de hitte van de houtkachel van Guus en Truus, horen we ook ieder uur hoe laat het is en weten we precies wanneer boven ons de wc wordt doorgetrokken.


Maar laat ik aan de linkerkant beginnen met de familie ‘Oma oma’. Op zich een heel rustig stel, waar we weinig van zien of horen. We zeggen elkaar af en toe gedag, maar verder hebben we eigenlijk niet veel met elkaar van doen. Behalve dan op de woensdag! Woensdag is bij onze buren namelijk ‘opa en oma oppasdag’. Dit betekent dat iedere week stipt om acht uur het kleinkind op de stoep wordt gezet, waarna het grote roepritueel om oma kan gaan beginnen. Vooral in de zomer, wanneer de achterdeur openstaat, is het een grote aaneenschakeling van de woorden ‘oma oma oma oma oma oma’. Bij iedere scheet wordt oma om hulp gevraagd en het arme mens kan er maar achteraan blijven rennen. Waar opa al die tijd is, weten we niet precies. Wel weten we dat we zijn naam nooit horen vallen en dan hij niet zelden tijdens al het ‘ge-oma’ op zijn brommertje stapt om een blokkie om te gaan. Lekker rustig.

Nee, dan de bovenburen. Daar waar we aan de linkerkant precies weten waar en wanneer we ergens aan toe zijn, is het boven ons altijd gissen wat er allemaal gebeurt. Het grote mysterie begon al bij het feit dat er tot begin november eigenlijk überhaupt niemand op de bovenste etage woonde. Altijd was het stil, met uitzonderingen van de keren dat iemand snel even de trap op kwam rennen om wat post op te halen om daarna weer zo snel mogelijk te verdwijnen. Dit scheen al 2 jaar zo te gaan en hoewel dit misschien een beetje vreemd was, was het ook wel lekker rustig en hadden we ons inmiddels bij deze mysterieuze situatie neergelegd.
Totdat het aan het eind van het najaar ineens begon te ‘rommelen’. Spullen werden af en aan gesleept, we hoorden muziek, praten, schuiven, schoonmaken. Wat was er aan de hand? Was het mysterie van de nooit aanwezige buurvrouw opgelost, was het huisje verhuurd..? De aap kwam uit de mouw toen we de nieuwe buurvrouw tegen het lijf liepen. Net gescheiden (?) heeft ze het huisje – dat nogal verwaarloosd was – in onderhuur gekregen van de nooit aanwezige persoon. Sindsdien is het dus niet meer af en toe een ‘post-run’, maar continue bewoning van bovenbuurvrouw, haar inmiddels nieuwe vriend en af en toe een kind (of twee).
Omdat we ze nog niet echt hadden gesproken, hadden we geen idee wat ze verder deden. Het enige dat we wisten is dat vriend een bestelbus heeft en dat ze vaak ’s ochtends vroeg weg gaan en ’s avonds laat thuiskomen. Alle complottheorieën ten spijt, kwamen we er afgelopen weekend tijdens het struinen naar nieuwe meubels achter dat ze blijkbaar samen een kringloopzaak runnen. Zowel buurvrouw als vriend stonden daar achter de toonbank, wat natuurlijk meteen de aanwezigheid van het bestelbusje verklaart. Of je bij een kringloopwinkel echter ook werktijden hebt tot soms ver na middernacht, dat lijkt me stug, dus het mysterie van de bovenverdieping zal nog wel even blijven voortduren…To be continued!

En omdat we het leukste altijd voor het laatst bewaren, hebben we aan de rechterkant: Guus en Truus! Eigenlijk kan ik hier heel kort over zijn: Guus en Truus zijn onze ‘knuffelburen’. Niet alleen omdat we dankzij hun houtkachel een heerlijk warm stuk knuffelmuur hebben en dankzij hun grote klok altijd op tijd zijn, maar ook omdat het stiekem toch een beetje onze lievelingsburen zijn. En…wij die van hen! Ja, want ik mag er misschien dan nog niet zo lang wonen, we hebben de afgelopen 2 jaar toch al flink wat punten gescoord bij deze twee. Om te beginnen: oud en nieuw 2008-2009. Met een groepje hadden we besloten om de jaarwisseling bij vriendje nooit genoeg te vieren. Zoals dat gaat met oud en nieuw, togen we na twaalven allemaal naar buiten om vuurwerk af te steken en de buren een gelukkig Nieuwjaar te wensen. Nou, dat hadden Guus en Truus nog nooit meegemaakt. Dat jongelui, zo zonder enige moeite, naar hen toekwamen en hen de beste wensen te wensen. En dat in deze tijd! Ze konden er maar niet over uit, zo mooi vonden ze dat.
Omdat een goede buur echter niet op één nieuwjaarswens kan teren (hoewel ze het er nu nog steeds over hebben!), hebben we ook dit jaar ons best gedaan om bij Guus en Truus in the picture te blijven. Zo heeft vriendje met alle sneeuw de stoep geveegd, hebben we ze een kerstkaartje gestuurd (waarna we er ook een terugkregen) en heb ik het grote offer gemaakt om bij ze op de koffie te komen. Nou, dan heb je flinke bonuspunten te pakken hoor! Te midden van de hitte van de opgestookte kachel (‘het is hier nooit kouder dan 25 graden’), de rook van de sjekkies en de geur van gehaktballen heb ik daar anderhalf uur gezeten en alle verhalen van de twee aangehoord. Nouja, van Truus dan. Paps (zo noemt Truus Guus) kijkt namelijk vooral tv en gooit er af en toe nog eens een houtblok op. En terwijl de boel nog eens flink opgestookt wordt, steekt Truus nog een sjekkie op en raakt inmiddels aardig op dreef daar op haar praatstoel. Haar favo onderwerp: Oostenrijk. Want dat was toch wel zo’n machtig mooi land! Twee keer had ze er inmiddels mogen zijn en wat was het mooi. Met al die bergen, die koeien en natuurlijk de tiroler zangers. Ge-wel-dig! Ik heb alle foto’s mogen zien, het tiroler knuffelbeertje mogen horen jodelen en stapte uiteindelijk als een doorgerookte zweetworst de deur weer uit. Wat een heerlijke mensen!


Maar voordat iedereen nu denkt dat ik een hekel heb aan mijn buren en mij gaat vertellen dat ik dan maar beter vrijstaand kan gaan wonen. Eerlijk waar…niets dan goeds over mijn buren! Ook al is het soms luidruchtig en kunnen we er soms om lachen. Ik ben vooral erg blij dat ik ze heb. Want, zoals het cliché al zegt...beter een goede buur dan een verre vriend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen